U bent hier

Beveiliging tegen dieven en vandalen: bouwkundige maatregelen en installaties

Beveiliging tegen dieven en vandalen: bouwkundige maatregelen en installaties

Diefstal en vandalisme vormen een belangrijk risico, omdat ze meestal leiden tot het verlies van (enkele) objecten. Ook de imagoschade voor een erfgoedbeherende instelling is niet te onderschatten. Met vandalisme wordt bedoeld: intentionele schade door menselijk handelen. Er is opzet in het spel om schade aan het erfgoed aan te richten. De te nemen maatregelen voor diefstal en vandalisme zijn dan ook min of meer dezelfde. We bespreken ze samen.

Een goed erfgoeddepot is een ruimte die door zijn constructie, inrichting en installaties, maar vooral door zijn adequate organisatie, het risico op vandalisme en diefstal door internen en indringers zo klein mogelijk maakt. Besteed er daarom veel aandacht aan in het ontwerptraject:

  1. Identificeer en evalueer met een risicoanalyse <LINK> de specifieke risico's op diefstal en vandalisme. Bekijk de collectie op haar aantrekkelijkheid voor dieven. Die is nauw gekoppeld aan haar aard en (vaak financiële) waarde, en aan de ligging van het depot (stad of platteland, weinig of geen sociale controle). Denk bij diefstal niet alleen aan inbrekers van buiten, maar (vooral) ook aan interne diefstallen. Deel het gebouw in volgens de bestaande, Europees genormeerde risicoklassen en pas een verdere zonering van de ruimtes toe.
  2. Leg met de betrokken partijen vast welke risico's wel en niet acceptabel zijn.
  3. Kies bewust voor een bepaald veiligheidsniveau (en dus ook bewust ergens niet voor) van de diverse ruimtes.
  4. Schakel voor dit traject specialisten in diefstalbeveiliging en veiligheidszorg in. Vaak worden die in samenhang met de brandveiligheid uitgewerkt.

 

DOEN

Drie veiligheidspijlers
Stel een maatregelenpakket samen op maat van je depotproject. Een adequate beveiliging tegen diefstal en vandalisme steunt op drie veiligheidspijlers:

  1. bouwkundige maatregelen,
  2. de installaties,
  3. organisatorische maatregelen.

 

Bouwkundige maatregelen

Zorg voor zo veel mogelijk mechanische barrières die het de inbrekers moeilijk maken. Dat zorgt voor vertraging: 'tijd' is de grote vijand van inbrekers. Bouwkundige inbraakvertraging wordt uitgedrukt in minuten. Die vertraging realiseer je op verschillende schillen en niveaus.

De locatie en de site

  • Als de locatie nog onbepaald is, kies dan voor een risicoarme locatie (met veel sociale controle en lage inbraakstatistieken).
  • Zorg als het kan voor een afsluiting met overklimmingsbeveiliging om het gebouw. Ook slagbomen, paaltjes en andere obstakels zijn wenselijk, zolang ze de zichtlijnen niet belemmeren. Lage betonblokken en zwakkere elementen, zoals poorten, kunnen ramkraken met voertuigen verhinderen.
  • Zorg voor een goede buitenverlichting: een permanente verlichting en/of schriklichten met bewegingsdetectie die niet makkelijk bereikbaar zijn of goed beschermd zijn tegen vandalisme.
  • Zorg dat het depotgebouw zo goed mogelijk zichtbaar is. Houd de ruimte om het gebouw zo veel mogelijk open.

 

Het gebouw

  • Zorg voor op- en overklimmingsbeveiliging, zodat dieven niet op de verdiepingen of het dak kunnen.
  • Investeer in solide en inbraakwerende gevelelementen: ramen, deuren, rolluiken en poorten. Denk aan kwaliteitsvol en genormeerd hang- en sluitwerk (de sloten), maar ook aan het schrijnwerk en het glas. Er bestaan Europese normen voor inbraakwerend en antivandalismeglas (EN 356) en voor inbraakvertragend schrijnwerk (EN 1627 tot 1630). Die zijn volgens diverse risicoklassen ingedeeld. Ga na of de reglementaire tests zijn uitgevoerd.
  • Bij bestaande ramen en deuren kan het vervangen van hang- en sluitwerk en het aanbrengen van folie op het glas ook al heel wat verbetering opleveren.
  • Vergeet de kwetsbare doorbrekingen niet in het dak (zoals daklichten) of de kelder, en ook roosters en openingen voor luchtbehandelingsinstallaties. Vandaar uit kunnen inbrekers zich een weg banen naar de ruimtes met erfgoed.
  • Zorg in de mate van het mogelijke ook binnen het gebouw nog voor hekken, metalen rolluiken of andere lastige barrières; die zorgen voor vertraging.
  • Zorg ook voor schriklichten binnen het gebouw die na sluitingstijd aanspringen wanneer er beweging is. Doe dit zeker bij trappen of andere gevoelige en donkere plekken.

 

Het vertrek, de ruimte

  • Kies binnen het gebouw voor de meest risicoarme ruimte. Meestal ligt die centraal in het gebouw, niet bij een kwetsbare buitenwand of doorbreking.
  • Breng hang- en sluitwerk en inbraakwerkende deuren of poorten aan die de toegang tot de ruimtes bemoeilijken. Kies bij voorkeur voor verschillende sleutels per cilinder.
  • Ook barrières op de vluchtweg zorgen voor vertraging. Vertraging op de sturing van nooddeuren moet je bespreken met de brandweer.

 

Het opslagvolume (bv. een kast of vitrines)

Voor kleine en/of zeer waardevolle en diefstalgevoelige objecten, zoals munten of medailles, kan het een optie zijn kasten goed af te sluiten. Dat zal ook gelegenheidsdieven ontmoedigen.

 

Het object

  • Bij waardevolle en diefstalgevoelige objecten in een kwetsbare en publiek toegankelijke opstelling (zoals buitenbeelden) is contactalarm en/of een mechanische bevestiging aan een sokkel vaak een maatregel, maar in de depots komt dit niet vaak voor.
  • Bij objecten in transit of die binnenkomen in een depot kan een goed gesloten verpakking ook afschrikkend werken.


Installaties

Meer en meer spelen elektronische systemen een belangrijke rol binnen het totale beveiligingsconcept. Dat is zeker het geval bij depots, waar vaak geen permanente bewaking is, en zeker na sluitingstijd. De keuze van de installaties is afhankelijk van het gekozen veiligheidsniveau en, vaker nog, van het budget. Het in gebruik nemen van een alarmsysteem is onderworpen aan wettelijke voorschriften (opgemaakt door Binnenlandse Zaken en de Beroepsverzekering van Verzekeringsondernemers).

Denk niet enkel aan het bouwen van de installaties, maar ook aan het onderhoud en de eraan gekoppelde meldingen en de opvolging daarvan.


Diefstaldetectiesysteem

  • Denk niet alleen aan bewegingsmelders, maar ook aan glasbreukalarm op ramen en elektronische detectie op de opening van deuren (meestal magnetisch).
  • Ook al is een interne meldkamer voorhanden, zorg ook altijd voor een efficiënt geregelde doormelding aan de politie. Zorg voor diverse communicatiemiddelen bij een alarmmelding: gebruik niet alleen een vaste telefoonlijn.
  • Het detectiesysteem is maar effectief als je het in samenhang met de bouwkundige beveiliging bekijkt. Idealiter is de tijd tussen de melding en de politie-interventie korter dan de tijd nodig om de collectie te bereiken. Denk daarom aan detectie van buiten naar binnen, al van buiten het gebouw. Zorg vervolgens voor detectie bij de doorbrekingen van het gebouw en in de ruimtes buiten de vertrekken waar de collectie opgeborgen is en die eventuele inbrekers betreden om de collectie te bereiken. Een detectie vlak bij de collectie heeft enkel een vogelverschrikkerseffect.

 

Gesloten camerasysteem

  • Een camerasysteem complementeert dikwijls een inbraakdetectiesysteem. Het gebruik ervan is onderworpen aan de privacywetgeving.
  • Een camerasysteem veronderstelt dat er een meldkamer is en er effectief iets met de beelden gebeurt. Laat ze niet te snel wissen. Soms blijkt pas na geruime tijd dat een object ontbreekt. Zorg dat de beeldkwaliteit voldoende is voor opsporing.
  • Plaats de camera's op strategische punten: bij de detectoren, op de diverse niveaus of schillen om de collectie (buiten, binnen)
  • Het systeem kan makkelijk een vals alarm van de diefstal- en branddetectiesystemen elimineren. Daarnaast heeft het een belangrijk psychologische, preventieve werking. Een camerasysteem ontmoedigt interne diefstal. Daarom worden ook dummy's geplaatst: nepcamera's die moeten afschrikken.

 

Toegangscontrolesysteem

  • Ieder depot zou over een systeem moeten beschikken dat de toegang tot het depot controleert.
  • De eenvoudigste vorm is een adequaat sleutelbeheer en -plan <LINK>.
  • Tegenwoordig zijn er meer gesofisticeerde elektronische systemen die informatie aflezen (magnetisch, IR of andere kaartsystemen, biometrische systemen). Als het systeem ook deze persoonsinformatie doorgeeft aan een centrale meldkamer, reduceert dat het risico op interne diefstal aanzienlijk.


Organisatorische maatregelen

Organisatorische maatregelen en goede afspraken met het personeel zijn vaak effectiever tegen diefstal en vandalisme dan dure installaties.

 

AFWEGEN

  • Er zijn voordelen aan het koppelen van de branddetectie aan de diefstalbeveiliging, zeker in het geval van risico op brandstichting.
  • Voor de nooddeuren is er een zeker conflict tussen de werking in geval van brand en van diefstal. Onderzoek en bespreek het samenspel, de ontgrendeling of extra sluiting tijdens en na openingsuren.


VERMIJDEN

  • Vermijd zo veel mogelijk werkzaamheden in en rond het gebouw met steigers en ladders die de toegankelijkheid vergemakkelijken. Als er een werfsituatie is, laat dan de steigers ook beveiligen (elektronische detectie en camera's) en laat ladders opbergen buiten de werkuren. Neem steeds verhoogde maatregelen tegen het risico op diefstal en vandalisme, en evacueer zo nodig de hele collectie.
  • Vermijd rommel en onoverzichtelijke situaties om (en ook in) het gebouw. Vermijd aanplantingen, containers, auto's of constructies voor opslag van afval. Zij maken de locatie aantrekkelijker voor dieven en vandalen.

TIPS & TRUCS

  • Betrek tijdig de preventieadviseurs van de politie bij de risicoanalyse en de opmaak van het ontwerp voor het gebouw en de installaties, of vraag om feedback. Zij kunnen concreet advies geven over de aard van de sloten en de vergrendeling van keldergaten en ze komen dikwijls met praktische en haalbare voorstellen.
  • Plan en installeer de branddetectie samen met de diefstal- en waterdetectie. Je kan gebruik maken van dezelfde installaties, wat geld bespaart.
  • Hoe beter de technologie en hoe groter de ervaring van de installateurs, hoe minder valse meldingen er doorgaans komen.
  • Zorg dat ook de digitale collectieregistratie en/of de servers van de instelling goed beveiligd zijn.
  • Test heel regelmatig de aanwezige detectiesystemen. Doe regelmatig een rondje met de sensoren aan, om na te gaan of ze allemaal werken.
Laatst gewijzigd op 27/10/2014