U bent hier

Erkenning en subsidies voor onroerenderfgoeddepots

Erkenning en subsidies voor onroerenderfgoeddepots

De Vlaamse overheid hanteert sinds 2015 een erkenningssysteem voor onroerenderfgoeddepots. (Voor cultureel-erfgoeddepots bestaat een dergelijke accreditatie niet.) De wetgeving inzake het deponeren van en de depots voor onroerend erfgoed wordt hieronder belicht. We delen ze op in bepalingen die relevant zijn voor bewaargevers en voor depotbeheerders. 

Bepalingen voor bewaargevers 

Het deponeren en bewaren van onroerend erfgoed is onderhevig aan de regelgeving in het Onroerenderfgoeddecreet (OED) van 12 juli 2013 en het Uitvoeringsbesluit (UB) van 16 mei 2014 - gewijzigd op 4 december 2015 (zie overzicht bij links). Hierin wordt het volgende gesteld:

  • de zakelijkrechthouders en de gebruikers van een archeologisch ensemble moeten het:

1° als een geheel bewaren
2° in goede staat behouden
3° beschikbaar houden voor wetenschappelijk onderzoek

  • de zakelijkrechthouder die het beheer van een archeologisch ensemble toevertrouwt aan een erkend onroerenderfgoeddepot voldoet aan deze verplichtingen (OED, Art. 5.2.1)

  • in de privacyfiche die de erkende archeoloog toevoegt aan een (archeologie)nota, moet de definitieve bewaarplaats van een archeologisch ensemble opgegeven worden (UB, Art. 5.4.5)

Verder is er ook de Code Goede Praktijk voor Archeologie en Metaaldetectie (CGP):

  • de erkende archeoloog
    • stelt al zijn handelingen steeds met het oog op het vermeerderen van de kennis over het archeologisch erfgoed en het behouden van archeologische erfgoedwaarden;
    • zorgt ervoor dat elk onderzoek dat hij uitvoert, resulteert in een duurzaam geordend archeologisch ensemble dat een ex situ-bewaring optimaal garandeert (deontologische principes);
    • voorziet bij de planningen en budgetten van archeologisch vooronderzoek (met ingreep in de bodem en opgravingen) in voldoende tijd en middelen voor archeologische conservatie en voor de samenstelling en overdracht van het archeologisch ensemble;
    • vraagt van bij de aanvang van het onderzoek de modaliteiten met betrekking tot de overdracht van het archeologisch ensemble op bij de eigenaar en het erkende onroerenderfgoeddepot of andere bewaarders van het archeologisch ensemble (hoofdstuk 25).

 

Bepalingen voor depotbeheerders

Definitie

Een onroerenderfgoeddepot is een bewaarplaats met een onderzoeksruimte waar in gecontroleerde omstandigheden archeologische ensemblesarcheologische artefacten of onderdelen van beschermd erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, worden bewaard en beheerd (OED, art. 2.1, 40°).

Erkenningsvoorwaarden

  • om een aanvraag tot erkenning als onroerenderfgoeddepot te kunnen indienen, moet een organisatie:
    1° een permanente organisatie met rechtspersoonlijkheid zijn die als doel heeft archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd onroerend erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, tijdelijk of permanent te bewaren en te beheren;
    2° aantonen dat de infrastructuur om dat onroerend erfgoed te bewaren en te beheren, in het Vlaamse Gewest ligt (UB, art. 3.4.1.).
  • om erkend te worden als onroerenderfgoeddepot dient een rechtspersoon een aanvraag tot erkenning in bij het agentschap en hij toont daarbij aan dat hij minstens aan de volgende erkenningsvoorwaarden voldoet (UB, art. 3.4.2.):

    1° de organisatie vervult een receptieve functie voor archeologische ensembles, archeologische artefacten of onderdelen van beschermd onroerend erfgoed, afkomstig uit het Vlaamse Gewest, die permanent of tijdelijk ex situ worden bewaard, en ze beschikt daarvoor over adequate middelen.

    Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze:

    a) beschikt over een aangepaste depotruimte voor langdurige opslag om de collectie duurzaam te bewaren;

    b) werkt volgens de principes van gescheiden opslag met gecontroleerde bewaaromstandigheden;

    c) beschikt over een afzonderlijke transitruimte en een afzonderlijke raadpleegruimte;

    d) beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel, afhankelijk van de omvang van de collectie en de aard van de instelling, om die receptieve functie te vervullen. Ten minste een van de personeelsleden heeft het beheer van het depot in zijn takenpakket en fungeert als aanspreekpunt voor de werking van het onroerenderfgoeddepot.
     

    2° de organisatie schakelt zich in binnen het Vlaamse en provinciale depotbeleid.

    Om dat te staven toont de organisatie aan dat:

    a) haar depotprofiel is bepaald in overleg met de andere erkende onroerenderfgoeddepots;

    b) afspraken zijn gemaakt over de uitoefening van de receptieve functie voor onroerend erfgoed en de afstemming van de depotprofielen met de andere erkende onroerenderfgoeddepots;

    c) haar kennis en expertise op een actieve manier ter beschikking worden gesteld;
     

    3° de organisatie toont een kwaliteitsvolle inhoudelijke werking aan.

    Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze beschikt over:

    a) een geschreven depotplan met daarin minstens:

    1) een missie, visie en plan van aanpak over de receptieve functie van het depot, het depotprofiel en de aanvaardingsvoorwaarden;

    2) een registratieplan, een calamiteitenplan en een stopzettingsscenario;

    b) een digitaal ontsloten systeem voor informatiebeheer, documentatie en registratie, waardoor het mogelijk wordt het onroerend erfgoed dat zich tijdelijk of permanent ex situ bevindt te traceren;

    c) een globale beschrijving van de aanwezige collectie op metaniveau en van de materiële toestand van de aanwezige collectie op metaniveau, van de depotruimten en van de actieve en preventieve maatregelen tot het behoud van de aanwezige collectie;

    d) een geschreven kwaliteitshandboek waarin de principes van interne kwaliteitszorg worden gehanteerd, dat een continu verbeteringsproces waarborgt, met verwijzing naar de gehanteerde algemeen aanvaarde standaarden en deontologische regels, binnen een jaar na de erkenning;

    e) een geschreven publieks- en onderzoeksbeleid waarin:

    1) wordt aangegeven dat het onroerenderfgoeddepot minstens een dag per week, al dan niet op afspraak, geopend is voor bezoekers;

    2) de bruikleenregels worden bepaald om stukken in bruikleen te geven en het zo mogelijk te maken dat stukken worden tentoongesteld aan een breder publiek:

    3) wordt aangetoond op welke manier de stukken beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek en hoe dat onderzoek wordt gefaciliteerd.
     

    4° de organisatie voert een degelijk zakelijk beleid zodat er voldoende garanties worden gegeven dat het onroerenderfgoeddepot in de toekomst blijft bestaan.

    Om dat te staven toont de organisatie aan dat ze beschikt over:

    a) een missie en doelstellingen die in overeenstemming zijn met de erkenningsvoorwaarden;

    b) een organisatiestructuur waarbij er duidelijke afspraken zijn over procedures en bevoegdheden en waarbij een interne controle wordt georganiseerd;

    c) een degelijk personeelsbeleid dat is aangepast aan de schaalgrootte van de organisatie, waarbij minstens ieder personeelslid beschikt over een functiebeschrijving, periodiek wordt geëvalueerd en de mogelijkheid krijgt om zich bij te scholen;

    d) een archiefsysteem voor het eigen archief van de organisatie.

 

Subsidievoorwaarden

Om gesubsidieerd te worden in het kader van een samenwerkingsovereenkomst moet een onroerenderfgoeddepot voldoen aan de volgende voorwaarden:

1° het depot is erkend overeenkomstig artikel 3.4.7
2° het depot vervult een receptieve functie van gemeentegrensoverschrijdend belang
3° het depot voldoet aan minstens een van de volgende voorwaarden:

a) het depot beschikt over een calamiteitennetwerk
b) het depot heeft een interdisciplinaire werking
c) het depot heeft een specifieke thematische werking

Laatst gewijzigd op 22/03/2017