U bent hier

Nummeren van objecten

Nummeren van objecten

Elk voorwerp in een collectie moet geïdentificeerd worden. Elk erfgoedobject krijgt daarom een individueel en uniek inventarisnummer. Zo kan het verbonden worden met zijn gegevens op de objectfiche of in het record in een databank.

Drie basisvereisten

  • Het nummer moet onlosmakelijk met het voorwerp verbonden zijn.
  • Het nummer mag nooit onleesbaar worden, ook niet bij manipulatie, verplaatsing enz.
  • Het nummer moet te allen tijde verwijderbaar zijn, zonder dat het object schade oploopt.


Methode en plaats van het nummer

  • Denk goed na voor je met het nummeren begint. De aard en het materiaal, maar ook de bewaringstoestand van een voorwerp, bepalen welke nummeringmethodes geschikt zijn en welke je beter vermijdt.
  • Ga bij het bepalen van de plaats waar je het nummer aanbrengt overdacht, logisch en consequent te werk.
  • Breng het nummer bij voorkeur steeds aan op dezelfde, zo onopvallend mogelijke plaats, die geen risicovolle manipulaties vereist om het te kunnen lezen. Bij meubels tegen een muur breng je het nummer beter niet op de rugzijde aan, maar aan de binnenzijde, bijvoorbeeld van de rechterdeur (die het eerst opengaat). Nummer alle losse of los te maken onderdelen.
  • Zeer kleine objecten krijgen een label of, als dat niet kan (bv. schelpjes, muntstukken, miniatuurobjecten enz.), een nummer op de verpakking.


Courante methodes

  • Vernis-stift-vernismethode: je schrijft het nummer op een vooraf aangebracht strookje vernis. Na droging wordt hierover een tweede vernislaagje gestreken, ter bescherming.
  • Potlood: gebruik je vooral voor het nummeren van papieren voorwerpen.
  • Label: breng je aan op een katoenen touw of katoen-polyesterdraad.
  • Etiketten: plak je op met niet-zure lijm of met zuurvrije, wateroplosbare gegomde kleefband van archiefkwaliteit.
  • Stoffen etiket: naai je op textiel.
  • Elektronische tag: dit is een interactieve chip, aangebracht bij of op het voorwerp, of in de verpakking. De radiogolven worden gelezen door middel van een antenne, zodat het voorwerp niet aangeraakt of verplaatst hoeft te worden.

 

Doen

  • Soms beslist men om een object een voorlopig nummer te geven aan de hand van een label. Nadien wordt het definitieve nummer op het object zelf aangebracht.
  • De meest praktische manier om te nummeren is doorlopend. Afkortingen, zoals een code voor een materiaal of deelcollectie, vermijd je beter. Deze gegevens worden beter neergeschreven in de objectfiche, niet op het object zelf.
  • Nummer bij voorkeur steeds in dezelfde contrasterende kleur, het liefst in het zwart, en in het wit op donkere voorwerpen en gekleurd glas.
  • Gebruik een kleine maar leesbare letter, strak en schreefloos.
  • Onderstreep verwarrende cijfers (606, 66, 99 enz.) of voorzie ze van een punt.
  • Het nummer moet altijd reversibel blijven: in geval van een hernummering moet het oude nummer verwijderd kunnen worden zonder schade aan het object. Zo'n verwijdering doe je pas nadat alles administratief bewaard en gedocumenteerd is, en eventueel gefotografeerd.
  • Nummer op een zuivere, dus niet-vervuilde, ondergrond. Vergewis je er vóór het nummeren van dat het voorwerp in goede conditie is. Schrijf bijvoorbeeld niet op loskomende polychromie, donker aangelopen zilver of tranend glas.
  • Breng het nummer ook op de verpakking aan (doos, hoes enz.), zodat je het object niet hoeft uit te pakken voor identificatie.
  • Pas indien nodig de ondergrond aan, zodat het voorwerp stabiel staat of ligt. 
  • Ga zorgvuldig en omzichtig te werk, materiaal per materiaal, en beperk je telkens tot enkele voorwerpen. 
  • Hanteer de (kunst)voorwerpen, zoals edelsmeedwerk, textiel, boeken enz. met witkatoenen handschoenen. Denk eraan dat hierdoor bij bepaalde materialen de grip op het voorwerp kan verminderen. Een alternatief zijn nitril handschoenen (dus geen latex). Vervang ze snel in geval van vervuiling.
  • Voorwerpen in restauratie kan je laten nummeren door de restaurator zelf.

 

LATEN

  • Krassen, graveren of schroeven in het materiaal (eventuele uitzondering: zie glasramen).
  • Het gebruik van metaal, zoals nummerplaatje, bevestigingsdraad enz.
  • Nagellak, zelfklevende stickers, plakband enz.

TIPS & TRUCS

  • Je doet er goed aan de afspraken of regels in een handleiding vast te leggen.
  • Een tijdige en goede planning is van belang om vooraf de nodige maatregelen te kunnen treffen.
  • Maak na overleg een lijst van de medewerkers en hun verantwoordelijkheid: wie verplaatst de objecten, wie fotografeert, wie maakt nota's enz.
  • Als je onverpakte objecten van diverse aard en vorm opbergt, is het aangeraden om op de legplank een contourtekening mét het inventarisnummer van het object aan te brengen. 
  • Maak van de gelegenheid gebruik om ook de opbergkasten te ontstoffen.

het nummeren van museale objecten

Laatst gewijzigd op 22/06/2018