U bent hier

Noodreactie- en herstelplan bommelding of verdacht pakje

Noodreactie- en herstelplan bommelding of verdacht pakje

Hoe reageer je op een bommelding of een verdacht pakje? Vraag hierover raad aan de veiligheidsdienst of de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van je eigen instelling.
Hieronder vind je tips over hoe te reageren in dergelijke noodsituaties en over herstelmaatregelen. Het is belangrijk dat je de taken vooraf duidelijk hebt afgebakend: het onthaal, de crisisploeg, de collectiehulpverleners...

1. bommelding

1. ALARMEER

  • Onthoud zo goed mogelijk de tekst van de melding en noteer die in het bommeldingsformulier (voorbeeld: zie downloads).
  • Contacteer onmiddellijk:
    - de verantwoordelijke van het gebouw/de crisisploeg of een ander lid van de crisisploeg;
    - bij afwezigheid: bel 112;
    - of schakel het brandalarm in en waarschuw de beheerders van de gebouwen in de onmiddellijke omgeving.
  • Start de evacuatieprocedure op onder leiding van de crisismanager. Evacueer eerst mensen, daarna pas erfgoed!
  • Laat alle verdachte voorwerpen onaangeroerd liggen en waarschuw de crisisploeg over eventuele verdachte pakketten. Neem wel persoonlijke bezittingen mee.
  • Gebruik geen gsm-toestel in een straal van 200 meter rond het gebouw (mogelijkheid tot detonatie van de bom).

 

2. VEILIGHEID EERST

  • Keer nooit terug in het gebouw of verlaat de verzamelplaats niet voor je de toestemming hebt gekregen van de crisisploeg.
  • Als er nog voldoende tijd is voor de aangekondigde ontploffing, start met de evacuatie van het erfgoed volgens de prioriteitenlijst. Ga door naar '6. Evacuatie van het erfgoed'.
  • Bij vals alarm of een onschadelijk gemaakte bom is er geen evacuatie van erfgoed nodig.
  • Bij een ontploffing: evacueer erfgoed pas als het gebouw is vrijgegeven door politie, brandweer en ontmijningsdienst (zie later). Ga dan verder vanaf '3. Zet een crisiscentrum op'.

 

3. ZET EEN CRISISCENTRUM OP

  • Roep een team van collectiehulpverleners op en schakel vrijwilligers in om te helpen.
  • Let op voor diefstal door voorbijgangers. Enkel de politie geeft de toelating om het gebouw te betreden. De brandweer/ontmijningsdienst kijkt na of het veilig is om binnen te gaan.
  • Zet een controlepost op voor de communicatie tussen verschillende diensten.
  • Plan een veilige werkruimte met sleutel, tafels, rekken en plasticfolie.
  • Controleer de financiële mogelijkheden, verzekeringen, hulp door de overheid…

 

4. STABILISEER HET GEBOUW

  • Doe dit nadat het gebouw is vrijgegeven door brandweer/politie/ontmijningsdienst.
  • Gebruik beschermkledij, een helm, een masker en handschoenen bij het binnengaan.
  • Wees voorzichtig bij het betreden van de ruimtes. Let op het omvallen/instorten van kasten en op obstakels.
  • Identificeer schade, verwijder vuil op de grond.
  • Tracht de temperatuur en relatieve vochtigheid onder controle te houden en zorg dat de RH niet te hoog (boven 65%) wordt om schimmelgroei te vermijden.
  • Bedek gebroken ramen met plastic als het buiten warmer is dan binnen.
  • Bij lage t° en lage RH buiten en hoge RH binnen: open ramen en gebruik ventilatoren.
  • Verplaats geen voorwerpen zonder hun conditie te noteren.
  • Maak foto's van de conditie van de collecties (nog niet van de individuele voorwerpen) en het depot.
  • Noteer de conditie: dat is belangrijk voor de verzekeringen en om een herstelplan op te maken.

 

5. HERSTELPLAN

  • Laat onbeschadigde voorwerpen liggen als de omgeving stabiel en veilig is. Indien niet, verplaats ze naar een veilige omgeving.
  • Maak een onderscheid tussen beschadigde en onbeschadigde voorwerpen.
  • Sorteer de voorwerpen volgens de nood aan ingrepen en de ernst van de schade.
  • Houd bij welke voorwerpen behandeling nodig hebben: waar, datum, nodige ingrepen, standplaatsregistratie.
  • Beperk het administratieve werk tot het minimum. Breng vooral de voorwerpen in veiligheid (zie later).
  • Recupereer alle gebroken voorwerpen en label ze.
  • Vul het evacuatieformulier in voor de voorwerpen die zullen worden geëvacueerd.

 

6. EVACUATIE VAN HET ERFGOED

  • Evacueer de voorwerpen met de collectiehulpverlener volgens de volgorde van de prioriteitenlijst.
  • Welke andere formulieren je in deze noodsituatie nodig hebt, is afhankelijk van je eigen organisatie. Enkele voorbeelden:

- telformulier evacuatie bezoekers/personeel of aanwezigheidslijst;
- EHBO-instructies;
- taakverdeling crisisploeg, eerste interventieploeg en collectiehulpverleners;
- lijst met nuttige telefoonnummers;
- prioriteitenlijst bij evacuatie erfgoed;
- samenstelling en locatie crisiscentrum bij evacuatie erfgoed;
- evacuatieplannen gebouw.

 

2. verdacht pakje

1. ALARMEER

  • Meld onmiddellijk de vondst van een verdacht pakje aan de verantwoordelijke van het gebouw/de crisisploeg of een ander lid van de crisisploeg.
  • Vermeld je naam,
    - het toestelnummer vanwaar je belt,
    - waar het pakje zich bevindt,
    - hoe het pakje eruitziet.
  • Verdachte pakjes niet aanraken en zeker niet openen.
  • Belet iedereen naar het pakje/voorwerp te gaan of het aan te raken.
  • Open indien mogelijk de ramen, verlaat de ruimte en sluit de deur. Zorg dat anderen de ruimte niet betreden.
  • Als je het gebouw moet verlaten, neem dan de kortste, normale weg naar buiten. Als dat niet mogelijk is, gebruik dan de nooduitgang.
  • Blijf kalm. Ga met personeel of bezoekers geen discussie aan over het gevaar.

 

2. VEILIGHEID EERST

  • Keer nooit terug in het gebouw of verlaat de verzamelplaats niet voor je de toestemming hebt gekregen van de crisisploeg.
  • Als er nog voldoende tijd is voor de aangekondigde ontploffing: start met de evacuatie van het erfgoed volgens de prioriteitenlijst.
  • Bij vals alarm of een onschadelijk gemaakte bom: geen evacuatie van erfgoed nodig.
  • Als er een bomontploffing is: evacueer erfgoed pas als het gebouw is vrijgegeven door politie, brandweer en ontmijningsdienst (zie later).

 

3. ZET EEN CRISISCENTRUM OP

  • Roep een team van collectiehulpverleners op en schakel vrijwilligers in om te helpen.
  • Let op voor diefstal door voorbijgangers. Alleen de politie verleent toegang tot het gebouw. De brandweer/ontmijningsdienst kijkt na of het veilig is om binnen te gaan.
  • Zet een controlepost op voor de communicatie tussen verschillende diensten.
  • Plan een veilige werkruimte met sleutel, tafels, rekken en plasticfolie.
  • Controleer de financiële mogelijkheden, verzekeringen, hulp door de overheid…

 

4. STABILISEER HET GEBOUW (nadat de toegang door brandweer en politie is vrijgegeven)

  • Gebruik beschermkledij, een helm, een masker en handschoenen bij het binnengaan.
  • Wees voorzichtig bij het betreden van ruimtes. Let op het omvallen/instorten van kasten en obstakels.
  • Identificeer schade, verwijder vuil op de grond.
  • Tracht de temperatuur en relatieve vochtigheid onder controle te houden en zorg dat de RH niet te hoog (boven 65%) wordt om schimmelgroei te vermijden.
  • Bedek gebroken ramen met plastic als het buiten warmer is dan binnen.
  • Bij lage t° en lage RH buiten en hoge RH binnen: open ramen en gebruik ventilatoren.
  • Verplaats geen voorwerpen zonder hun conditie te noteren.
  • Maak foto's van de conditie van de collecties (nog niet van de individuele voorwerpen) en het depot.
  • Noteer de conditie: dat is belangrijk voor de verzekeringen en om een herstelplan op te maken.

 

5. HERSTELPLAN

  • Laat onbeschadigde voorwerpen liggen als de omgeving stabiel en veilig is. Indien niet, verplaats ze naar een veilige omgeving.
  • Maak een onderscheid tussen beschadigde en onbeschadigde voorwerpen.
  • Sorteer de voorwerpen volgens de nood aan ingrepen en de ernst van de schade.
  • Houd bij welke voorwerpen behandeling nodig hebben: waar, datum, nodige ingrepen, standplaatsregistratie.
  • Beperk het administratieve werk tot het minimum. Breng vooral de voorwerpen in veiligheid (zie later).
  • Recupereer alle gebroken voorwerpen en label ze.
  • Vul het evacuatieformulier in voor de voorwerpen die zullen worden geëvacueerd (voorbeeld evacuatieformulier: zie downloads).

 

6. EVACUATIE VAN HET ERFGOED

  • Evacueer de voorwerpen met de collectiehulpverlener volgens de volgorde van de prioriteitenlijst.
  • Welke andere formulieren je in deze noodisituatie nodig hebt, is afhankelijk van je eigen organisatie. Enkele voorbeelden:
    - telformulier evacuatie bezoekers/personeel of aanwezigheidslijst;
    - EHBO-instructies;
    - taakverdeling crisisploeg, eerste interventieploeg en collectiehulpverleners;
    - lijst met nuttige telefoonnummers;
    - prioriteitenlijst bij evacuatie erfgoed;
    - samenstelling en locatie crisiscentrum bij evacuatie erfgoed;
    - evacuatieplannen gebouw.
Laatst gewijzigd op 01/09/2015