Aftakeling van schilderijen
Aftakeling van schilderijen
Schilderijen zijn gevoelig voor heel wat schadefactoren, maar ook voor natuurlijke veroudering en aftakeling die inherent is aan het materiaal. Hier lees je welke vormen van schade je bij schilderijen kan aantreffen.
Auteur: David Lainé / Iparc, België
1. Natuurlijke veroudering
De natuurlijke veroudering van een schilderij betreft de hele structuur, van drager tot vernislaag. Ze is onvermijdelijk en onlosmakelijk verbonden met het schilderij. Het verouderingsproces kan hooguit worden vertraagd. Stoppen kan je het niet. Alle materialen verouderen op hun eigen manier en het proces kan versneld of vertraagd worden door een combinatie van verschillende materialen. De mate waarin een schilderij veroudert en de snelheid waarmee dat gebeurt, wordt niet alleen beïnvloed door de gebruikte materialen en technieken, maar is voor een groot deel afhankelijk van externe factoren, zoals de bewaaromstandigheden (het klimaat) en de zorg die aan het voorwerp wordt besteed.
Drager | Schadebeeld |
| hout |
zwellen/krimpen van een MDF-drager onder invloed van vochtinwerking |
| doek |
|
| metalen |
|
| papier/karton |
|
| lijst |
|
| leer |
|
2. RELATIEVE VOCHTIGHEID (RV)
Organische materialen, zoals hout, linnen en dierlijke lijm, zijn hygroscopisch. Ongeacht hun ouderdom absorberen zij vocht uit de omringende lucht wanneer de RV stijgt en wasemen zij vocht uit wanneer de RV daalt.
Invloed van de relatieve vochtigheid op een schilderij | |
| lage relatieve vochtigheid (< 40%) |
|
| hoge relatieve vochtigheid (>65%) |
|
| schommelingen |
|
Let op: een metalen drager is minder gevoelig voor schommelingen in de RV. Het zal hierdoor niet krimpen of uitzetten. Bij te hoge RV kan een metalen drager wel corroderen. Toch kan de verflaag van een schilderij op metaal ook loskomen door het verschil in krimp- en uitzetgedrag van de preparatie- en/of de verflaag.
3. temperatuur
Warmte beïnvloedt het klimaat en de relatieve vochtigheidsgraad staat hiermee in een directe relatie. Een veel voorkomende fout is het opwarmen van een vochtige ruimte om 'uit te drogen': dat creëert de ideale omstandigheden voor schimmelvorming.
De temperatuur blijft het best zo stabiel mogelijk. Grote en plotse temperatuurschokken gaan vaak gepaard met grote schommelingen in RV. Deze grote sprongen kunnen op korte tijd erg veel schade aanrichten aan drager en verflaag. De algemene aangenomen norm is 16 tot 18°C. Maar een stabiele temperatuur is het belangrijkst.
Warmte kan ingezet worden om insecten te verdelgen, zoals houtworm en textielvreters. Een goed systeem is voorzien van een stabiel en gereguleerd vochtklimaat. De chemische degradatie door de geproduceerde warmte is in zo'n geval verwaarloosbaar, omdat de tijdsduur zeer kort is. Ook vriestemperaturen kunnen in deze context gebruikt worden.
Let op: ook lichtstralen zijn een (sterke) warmtebron. Zo kunnen directe lichtstralen (bv. zonnestralen) een object heel snel doen opwarmen. Ook halogeenlampen hebben vaak dit effect. Vermijd dan ook directe belichting met zonlicht, sterke halogeenlampen of spots.
4. LICHT
Ook licht kan een oorzaak van (versnelde) schade zijn. Vooral te hoge waarden van ultraviolet en infrarood licht zijn het schadelijkst.
schade door inwerking ultravioletstralen |
|
schade door infraroodstralen |
|
5. water
Water kan zowel de drager als de verflaag grondig beschadigen. Het kan gaan van kleine waterspatjes tot het volledig oplossen van een verflaag.
Waterschade kan je vaak herkennen aan:
- druipsporen of waterdruppels op het object
- vochtkringen in papier, doek of op houten panelen
- blindslag van de vernis- en/of verflaag
- opstuwingen in de verflaag
- opzwellen van de papieren drager
- opzwellen van dierlijke lijmen (in de grondeerlaag of in de verflaag)
- oplossen van het bindmiddel in aquarelverf (Arabische gom)
Schimmelvorming, aantasting door houtborende insecten en verfafbladdering kunnen een gevolg zijn van waterschade.
6. VERONTREINIGING
In principe zijn alle atmosferische deeltjes schadelijk omdat ze als een vervuilende laag op het oppervlak van een schilderij terecht kunnen komen. In de lucht die het schilderij omgeeft, zitten vaste, vloeibare en gasvormige stoffen. Ze zijn afkomstig van het verkeer, de industrie, de energiewinning, verbrandingsprocessen en andere bronnen van vervuiling, zoals materialen die (on)rechtstreeks met het schilderij in contact komen.
- Door een zaal te ventileren of voor het publiek open te stellen komt de vervuiling van de buitenlucht binnen.
- Planten verontreinigen de lucht met pollen en sporen. Bovendien lokken ze insecten, een bron van vervuiling.
- Menselijke activiteiten: vegen, afstoffen en allerlei werkzaamheden die stof produceren.
- Stofdeeltjes wervelen rond, dwarrelen neer... en komen op de schilderijen terecht.
- Slecht onderhouden mobiele luchtbevochtigers kunnen stofdeeltjes en schimmels in de lucht brengen of verspreiden.
- Stofdeeltjes verontreinigen het hele schilderij: de voor- en achterkant en de lijst.
- Stofdeeltjes vormen een grauwsluier op het verfoppervlak.
- Mettertijd kunnen stofdeeltjes zich sterker aan het oppervlak hechten, waardoor ze moeilijker te verwijderen zijn. Bij moderne en niet-geverniste schilderijen kan een dergelijke vervuiling problematisch zijn.
- Bovendien is stof hygroscopisch en trekt het micro-organismen en insecten aan. Stof in combinatie met vocht, zuurstof en een goede voedingsbodem (bv. dierlijke lijm) is de ideale omgeving voor schimmelontwikkeling en insecten (zie foto 9 onderaan op deze pagina).
- Ophopingen van stof en vuil tussen het doek en het (spie)raam kunnen zelfs deformaties veroorzaken.
7. BIOLOGISCHE AANTASTING
Neem zo snel mogelijk contact op met een deskundige als je sporen aantreft van insecten- of schimmelaantasting (zie foto's 2 en 10 onderaan op deze pagina).
Tips & trucs |
|
8. Oude ingrepen/oude restauraties
Veel vroegere restauratie-ingrepen zijn onomkeerbaar. Laten we de fouten van onze voorgangers proberen te vermijden en zelf zo terughoudend mogelijk te werk gaan, volgens de principes van 'omkeerbaarheid', 'herkenbaarheid' en 'minimale ingreep'. Dat laatste betekent: zo weinig mogelijk in het object zelf ingrijpen.
Het accent ligt hoe dan ook op preventie en op oordeelkundig en voorzichtig handelen om fouten te vermijden. De schade aan kunstwerken door menselijk falen is zo omvangrijk dat een beschrijving altijd tekortschiet. Onvoorzichtigheid, vergetelheid, ondeskundigheid, onwetendheid, gebrekkige communicatie, vandalisme...: het zijn menselijke fouten met soms verregaande gevolgen voor de toestand van het kunstwerk.
Voorbeelden van (oude) ingrepen met mogelijk blijvende gevolgen voor het schilderij |
|
9. SCHEUREN EN GATEN (fysische krachten)
Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!
- Komen voor bij dragers van textiel, papier en karton (zie foto's 3 en 5 onderaan op deze pagina).
- Worden meestal veroorzaakt door puntbelastingen, vaak in combinatie met het verlies van elasticiteit en het bros worden van de vezels in de dragers.
- Gaat altijd gepaard met het verlies van picturaal materiaal.
- Probeer deze schade nooit zelf te herstellen.
10. AFSCHILFERENDE VERFLAAG
Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!
Diverse factoren veroorzaken het afschilferen van de verflaag. Sommige werden hierboven besproken (zie ook foto 17 onderaan op deze pagina).
11. BRANDSCHADE EN ROETNEERSLAG
Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!
Bij brand ontwikkelt zich rook en roet. Roet correct verwijderen is niet eenvoudig. Het reinigingssysteem en de daarbij te gebruiken producten moet je aanpassen aan de soort ondergrond, de drager, de techniek... (acrylverf, olieverf, vernis, ruw linnen, paneel...).
Brandschade bij schilderijen uit zich op verschillende manieren:
- roetneerslag: van lichte neerslag tot pikzwart
- brandblaren: blazen in de verflaag
- verkleuring van de pigmenten in de verflaag
- verfverlies: open brandblazen
12. onoordeelkundige inlijsting
Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!
Een slechte inlijsting herken je aan:
- het schilderij zit los in de lijst (zie foto 18 onderaan op deze pagina )
- het schilderij neigt uit de lijst te vallen
- de 'dag' is zichtbaar tussen lijst en schilderij
- het schilderij zit vastgenageld in de lijst (genageld door het spieraam of paneel)
- het schilderij zit sterk gekneld in de lijst (de sponning is te klein voor het schilderij)
Een goede inlijsting kan veel schade voorkomen. (zie foto's 19 en 20 onderaan op deze pagina)
Tips & trucs |
|
13. diefstal en vandalisme
Het spreekt voor zich dat je schilderijen zo goed mogelijk beschermt tegen diefstal en vandalisme. Zorg dat bezoekers op een veilige afstand blijven van de kunstwerken, zodat mensen die te dichtbij komen snel opgemerkt worden. Schilderijen met grote afmetingen zijn niet zo eenvoudig te stelen als kleine werkjes. Maar er kunnen wel stukken uitgesneden worden om ze gedeeltelijk te ontvreemden. Of ze kunnen moedwillig of in een vlaag van ontoerekeningsvatbaarheid worden beschadigd.
Beschermen kan door middel van:
- het instellen van een veilige perimeter, bv. met afzetpaaltjes
- een alarminstallatie: infrarooddetectie of bewegingsensoren
- diefstalbeveiliging: verankering van het ophangsysteem, achter glas, een klimaatbox met veiligheidsglas...
- camerabewaking, een persoonlijke suppoost...
14. informatieverlies
Schilderijen die niet meer passen in het interieur of niet meer in de smaak vallen belanden nog steeds vaak 'op zolder', waar ze nog minder aandacht krijgen en helaas vaak bewaard worden in ongunstige omstandigheden.
- Zorg steeds voor informatie over het object die je het best bij het object zelf bewaart. Zorg ervoor dat het object vrij blijft van stof en vuil. Dek het af met een ongekleurde katoenen hoes, een schone doek of een strook Tyvek®.
- Onderdelen die losraken bewaar je bij het object in een plastic zakje met label dat je eventueel met een touwtje aan het object (spieraam of lijst) vastmaakt.
- Collectiebeheer: Informatiebeleid: Informatiebeheer in depot: Nummeren van objecten geeft richtlijnen voor het correct aanbrengen van een inventarisnummer. Nummer elk schilderij van de collectie. Breng een nummering niet rechtstreeks aan op een object: inkt, pigmenten en vloeistoffen dringen in de drager en zijn vaak niet reversibel. Mogelijkheden zijn:
- etiketten op gegomd papier (klassieke etiketten), op het spieraam of de lijst
- vernislaag - nummering - vernislaag methode (zie video op de bovengenoemde pagina: de gebruikte vernis kan Paraloid® of een wateroplosbare Golden® acrylpolymeer zijn)
- een goed vasthangend touwtje met label. Een los overhangende markering is onvoldoende.






