U bent hier

Aftakeling van schilderijen

Aftakeling van schilderijen

Schilderijen zijn gevoelig voor heel wat schadefactoren, maar ook voor natuurlijke veroudering en aftakeling die inherent is aan het materiaal. Hier lees je welke vormen van schade je bij schilderijen kan aantreffen.

Auteur: David Lainé, 2016 

Vuilophoping tussen spieraam en doek ©A-C Olbrechts

1. Natuurlijke veroudering

De natuurlijke veroudering van een schilderij betreft de hele structuur, van drager tot vernislaag. Ze is onvermijdelijk en onlosmakelijk verbonden met het schilderij. Het verouderingsproces kan hooguit worden vertraagd. Stoppen kan je het niet. Alle materialen verouderen op hun eigen manier en het proces kan versneld of vertraagd worden door een combinatie van verschillende materialen. De mate waarin een schilderij veroudert en de snelheid waarmee dat gebeurt, wordt niet alleen beïnvloed door de gebruikte materialen en technieken, maar is voor een groot deel afhankelijk van externe factoren, zoals de bewaaromstandigheden (het klimaat) en de zorg die aan het voorwerp wordt besteed.

Drager

Schadebeeld

hout
  • gaat bol staan als de relatieve vochtigheid daalt (zie foto 1 onderaan op deze pagina)
  • paneelnaden kunnen doorbarsten en open gaan staan
  • barsten in het hout (niet op een paneelnaad)
  • houtborende insecten (uitvliegopeningen aan voor- en achterzijde) (zie foto 2 onderaan op deze pagina) 
  • delamineren van een triplexdrager

   zwellen/krimpen van een MDF-drager onder invloed van vochtinwerking

doek
  • scheuren en gaten (zie foto 3 onderaan op deze pagina)
  • spieraamcraquelé: aftekening van het spieraam
  • slakhuiscraquelé: spiraalvormig craquelurenetwerk veroorzaakt door puntbelastingen in het verleden
  • geoxideerde nagelgaten op de omslagboord van het doek (zie foto 4 onderaan op deze pagina)
  • verfverlies door lang opgerold te zijn, met de verflaag naar binnen
  • doorhangen van het doek onderaan (buikvorming)
  • golvend doek in de hoeken door spanningsverlies
 metalen
  • omgeplooide hoeken en/of boorden door stoten en puntbelasting
  • blutsen en deuken in het oppervlak
papier/karton
  • scheuren, gaten, afgebroken hoeken (zie foto 5 onderaan op deze pagina)
  • foxing (oranjebruine vlekjes)
  • verzuring (broos en breekbaar worden van de drager)
  • schimmelvorming achter het glas of backing van de lijst (zie foto's 6 en 7 onderaan op deze pagina)
lijst
  • lacunes in de ornamentiek, die vaak van gips is gemaakt. (zie foto 8 onderaan op deze pagina)                      
  • scheluw getrokken latten
  • slijtage in het bladgoud of slagmetaal op de ornamenten of latten
  • openstaande hoekverbindingen
leer
  • uitdroging
  • huidvormig craquelurenetwerk

 

2. RELATIEVE VOCHTIGHEID (RV)

Organische materialen, zoals hout, linnen en dierlijke lijm, zijn hygroscopisch. Ongeacht hun ouderdom absorberen zij vocht uit de omringende lucht wanneer de RV stijgt en wasemen zij vocht uit wanneer de RV daalt. 

Invloed van de relatieve vochtigheid op een schilderij

lage relatieve vochtigheid (< 40%)
  • de drager geeft vocht af aan de omgeving
  • de drager krimpt en wordt bros (houten paneel, doek, leer, papier, karton)
  • de drager deformeert (in ernstige gevallen zelfs definitief)
  • paneelvoegen breken open of scheuren ontstaan in het hout
hoge relatieve vochtigheid (>65%)
  • de drager neemt vocht op uit de omgeving
  • bij langdurige blootstelling vergroot de kans op aantasting schimmels, kevers,..
  • linnen dragers gaan los hangen
  • blindslag (troebel of wit uitslaan) van de vernislaag
schommelingen
  • bij bruuske sprongen in RV kan een houten drager breken (je hoort het paneel duidelijk kraken)
  • de drager verliest zijn elasticiteit
  • doeken gaan doorhangen (buikvorming, spanningsondulaties in de hoeken...)
  • er ontstaan craquelures in de verflaag
  • schotelvorming van de verflaag: de drager krimpt maar de 'versteende' verflaag kan de beweging niet volgen waardoor de verflaag samengetrokken wordt en opstuwt
  • opstuwingen in de preparatie- en verflaag veroorzaken verfverlies

Let op: een metalen drager is minder gevoelig voor schommelingen in de RV. Het zal hierdoor niet krimpen of uitzetten. Bij te hoge RV kan een metalen drager wel corroderen. Toch kan de verflaag van een schilderij op metaal ook loskomen door het verschil in krimp- en uitzetgedrag van de preparatie- en/of de verflaag.

 

3. temperatuur

Warmte beïnvloedt het klimaat en de relatieve vochtigheidsgraad staat hiermee in een directe relatie. Een veel voorkomende fout is het opwarmen van een vochtige ruimte om 'uit te drogen': dat creëert de ideale omstandigheden voor schimmelvorming.

De temperatuur blijft het best zo stabiel mogelijk. Grote en plotse temperatuurschokken gaan vaak gepaard met grote schommelingen in RV. Deze grote sprongen kunnen op korte tijd erg veel schade aanrichten aan drager en verflaag. De algemene aangenomen norm is 16 tot 18°C. Maar een stabiele temperatuur is het belangrijkst.

Warmte kan ingezet worden om insecten te verdelgen, zoals houtworm en textielvreters. Een goed systeem is voorzien van een stabiel en gereguleerd vochtklimaat. De chemische degradatie door de geproduceerde warmte is in zo'n geval verwaarloosbaar, omdat de tijdsduur zeer kort is. Ook vriestemperaturen kunnen in deze context gebruikt worden.

Let op: ook lichtstralen zijn een (sterke) warmtebron. Zo kunnen directe lichtstralen (bv. zonnestralen) een object heel snel doen opwarmen. Ook halogeenlampen hebben vaak dit effect. Vermijd dan ook directe belichting met zonlicht, sterke halogeenlampen of spots.

 

4. LICHT

Ook licht kan een oorzaak van (versnelde) schade zijn. Vooral te hoge waarden van ultraviolet en infrarood licht zijn het schadelijkst.

schade door inwerking ultravioletstralen

  • In direct zonlicht zit een kleine hoeveelheid uv-licht. Dat versnelt het verval omdat het de energie levert die nodig is om chemische afbraakreacties in gang te zetten.
  • Kleuren kunnen hierdoor verbleken.
  • Uv-licht tast textielvezels aan, waardoor het doek verzwakt.
  • De schade is afhankelijk van de samenstelling van het licht en de intensiteit en duur van de belichting.

schade door infraroodstralen 

  • In direct zonlicht zit een grote hoeveelheid IR-licht (ca. 50%).
  • De onzichtbare infrarode straling is vooral schadelijk vanwege de warmte-afgifte, waardoor materialen kunnen opwarmen en uitdrogen.
  • Infrarood licht kan metalen dragers doen opwarmen. Door het opwarmen zet de drager uit, waardoor de verflaag loskomt. Gevolg: verfverlies.

 

5. water

Water kan zowel de drager als de verflaag grondig beschadigen. Het kan gaan van kleine waterspatjes tot het volledig oplossen van een verflaag.

Waterschade kan je vaak herkennen aan:

  • druipsporen of waterdruppels op het object
  • vochtkringen in papier, doek of op houten panelen
  • blindslag van de vernis- en/of verflaag
  • opstuwingen in de verflaag
  • opzwellen van de papieren drager
  • opzwellen van dierlijke lijmen (in de grondeerlaag of in de verflaag)
  • oplossen van het bindmiddel in aquarelverf (Arabische gom)


Schimmelvorming, aantasting door houtborende insecten en verfafbladdering kunnen een gevolg zijn van waterschade.


6. VERONTREINIGING  

In principe zijn alle atmosferische deeltjes schadelijk omdat ze als een vervuilende laag op het oppervlak van een schilderij terecht kunnen komen. In de lucht die het schilderij omgeeft, zitten vaste, vloeibare en gasvormige stoffen. Ze zijn afkomstig van het verkeer, de industrie, de energiewinning, verbrandingsprocessen en andere bronnen van vervuiling, zoals materialen die (on)rechtstreeks met het schilderij in contact komen. 

  • Door een zaal te ventileren of voor het publiek open te stellen komt de vervuiling van de buitenlucht binnen.
  • Planten verontreinigen de lucht met pollen en sporen. Bovendien lokken ze insecten, een bron van vervuiling.
  • Menselijke activiteiten: vegen, afstoffen en allerlei werkzaamheden die stof produceren. 
  • Stofdeeltjes wervelen rond, dwarrelen neer... en komen op de schilderijen terecht.
  • Slecht onderhouden mobiele luchtbevochtigers kunnen stofdeeltjes en schimmels in de lucht brengen of verspreiden.
  • Stofdeeltjes verontreinigen het hele schilderij: de voor- en achterkant en de lijst.
  • Stofdeeltjes vormen een grauwsluier op het verfoppervlak.
  • Mettertijd kunnen stofdeeltjes zich sterker aan het oppervlak hechten, waardoor ze moeilijker te verwijderen zijn. Bij moderne en niet-geverniste schilderijen kan een dergelijke vervuiling problematisch zijn.
  • Bovendien is stof hygroscopisch en trekt het micro-organismen en insecten aan. Stof in combinatie met vocht, zuurstof en een goede voedingsbodem (bv. dierlijke lijm) is de ideale omgeving voor schimmelontwikkeling en insecten (zie foto 9 onderaan op deze pagina).
  • Ophopingen van stof en vuil tussen het doek en het (spie)raam kunnen zelfs deformaties veroorzaken. 


7. BIOLOGISCHE AANTASTING 

Neem zo snel mogelijk contact op met een deskundige als je sporen aantreft van insecten- of schimmelaantasting (zie foto's 2 en 10 onderaan op deze pagina).

Tips & trucs

  • Voorkom de ontwikkeling van schimmelsporen door te zorgen voor een goed klimaat waarbij de RV onder controle gehouden wordt. De meeste schimmels groeien pas bij een langdurig hoge RV van meer dan 65%.
  • Zorg voor voldoende ventilatie en een snelle herstelling van waterlekken. 
  • Het schoonhouden van ruimten (zeker waar gegeten wordt) en het ontstoffen van objecten voorkomt schimmelplagen. Etensresten kunnen ook ander ongedierte aantrekken: muizen, ratten kakkerlakken, zilvervisjes...
  • Vervuilde filters (van airconditioningsystemen, bevochtigers, ontvochtigers, stofzuigers) zijn dikwijls een bron van schimmels. Maak ze tijdig schoon of vervang ze. 
  • Als je sporen van een schimmelinfectie aan een kunstwerk constateert of zelfs maar vermoedt, haal er dan zo snel mogelijk een restaurateur bij om het werk te behandelen. 
  • Wees voorzichtig: schimmels kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
  • Boormeel kan wijzen op een aan de gang zijnde activiteit. Nieuwe uitvliegopeningen herken je aan de scherpe randen en de 'verse', niet-vervuilde kleur van het hout.
  • Een hulpmiddel: je kan de uitvliegopeningen met een beetje aquarel kleuren, zodat nieuwe gaatjes beter opvallen.
  • Gewoonlijk verschijnen nieuwe uitvliegopeningen tussen april en juni.
  • Controleer elke lente de schilderijen op rondvliegende kevers (en dood ze) en op cadavers en uitwerpselen (kleine cilindertjes, bolletjes of sigarenvormpjes). Er zijn in de handel 'plakvallen' voor de detectie (niet de bestrijding!) van houtworm en andere insecten.
  • Controleer zorgvuldig alle schilderijen die het museum binnenkomen (bruiklenen, terugkerende stukken uit de eigen collectie …). Zij vormen immers een besmettingsrisico.
  • Als je een besmetting vindt, waarschuw dan de eigenaar en de restaurator. Laat het geïnfecteerde object door de eigenaar behandelen of weghalen.
  • Behandel een geïnfecteerd schilderij nooit zelf.
  • Geen enkele desinfectie is efficiënt als de oorzaak van de biologische aantasting niet weggenomen wordt.

 

8. Oude ingrepen/oude restauraties  

Veel vroegere restauratie-ingrepen zijn onomkeerbaar. Laten we de fouten van onze voorgangers proberen te vermijden en zelf zo terughoudend mogelijk te werk gaan, volgens de principes van 'omkeerbaarheid', 'herkenbaarheid' en 'minimale ingreep'. Dat laatste betekent: zo weinig mogelijk in het object zelf ingrijpen.

Het accent ligt hoe dan ook op preventie en op oordeelkundig en voorzichtig handelen om fouten te vermijden. De schade aan kunstwerken door menselijk falen is zo omvangrijk dat een beschrijving altijd tekortschiet. Onvoorzichtigheid, vergetelheid, ondeskundigheid, onwetendheid, gebrekkige communicatie, vandalisme...: het zijn menselijke fouten met soms verregaande gevolgen voor de toestand van het kunstwerk.

Voorbeelden van (oude) ingrepen met mogelijk blijvende gevolgen voor het schilderij             

  • onoordeelkundige reiniging met vocht
  • onoordeelkundige vernisafname met solventen
  • stoplappen (stukken stof of pleisters) op de achterzijde om oude scheuren te verbergen
  • oude doubleringen (tweede doek tegen de achterzijde gekleefd)
  • parkettage op panelen (houten lattenwerk op de achterzijde van het paneel)
  • olieverfoverschilderingen of -retouches (zie foto's 11, 12, 13 en 16 onderaan op deze pagina)
  • foutieve vernissen gebruiken (zie foto 15 onderaan op deze pagina)

 
9. SCHEUREN EN GATEN (fysische krachten)      

Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!    

  • Komen voor bij dragers van textiel, papier en karton (zie foto's 3 en 5 onderaan op deze pagina).
  • Worden meestal veroorzaakt door puntbelastingen, vaak in combinatie met het verlies van elasticiteit en het bros worden van de vezels in de dragers.
  • Gaat altijd gepaard met het verlies van picturaal materiaal.
  • Probeer deze schade nooit zelf te herstellen.


10. AFSCHILFERENDE VERFLAAG

Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!      

Diverse factoren veroorzaken het afschilferen van de verflaag. Sommige werden hierboven besproken (zie ook foto 17 onderaan op deze pagina).


11. BRANDSCHADE EN ROETNEERSLAG

Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!

Bij brand ontwikkelt zich rook en roet. Roet correct verwijderen is niet eenvoudig. Het reinigingssysteem en de daarbij te gebruiken producten moet je aanpassen aan de soort ondergrond, de drager, de techniek... (acrylverf, olieverf, vernis, ruw linnen, paneel...).

Brandschade bij schilderijen uit zich op verschillende manieren:

  • roetneerslag: van lichte neerslag tot pikzwart
  • brandblaren: blazen in de verflaag
  • verkleuring van de pigmenten in de verflaag
  • verfverlies: open brandblazen


12. onoordeelkundige inlijsting 

Neem zo snel mogelijk contact op met een gekwalificeerde schilderijenrestaurator!    

Een slechte inlijsting herken je aan:

  • het schilderij zit los in de lijst (zie foto 18 onderaan op deze pagina )
  • het schilderij neigt uit de lijst te vallen
  • de 'dag' is zichtbaar tussen lijst en schilderij
  • het schilderij zit vastgenageld in de lijst (genageld door het spieraam of paneel)
  • het schilderij zit sterk gekneld in de lijst (de sponning is te klein voor het schilderij)

Een goede inlijsting kan veel schade voorkomen. (zie foto's 19 en 20 onderaan op deze pagina)

Tips & trucs

  • Let erop dat de lijst en het ophangsysteem stevig genoeg zijn om het schilderij te kunnen dragen.
  • Kies het ophangsysteem altijd met het oog op het schilderij en de wand.
  • Zorg voor minimaal twee hechtingspunten en maak dat het gewicht evenredig over het ophangsysteem verdeeld is.
  • Als het schilderij te zwaar is voor het ophangsysteem, kunnen aan de onderkant extra beugels of een ondersteunende sokkel geplaatst worden.
  • Vermijd het gebruik van spijkers en nagels bij het inlijsten. De trillingen van de hamerslagen kunnen zware schade veroorzaken. Bevestig elk ophangsysteem daarom met schroeven.
  • Gebruik indien mogelijk de bestaande gaatjes in de lijst en vermijd het maken van nieuwe.
  • Breng bij het inlijsten van het schilderij museumvilt aan in de sponning van de lijst, ter bescherming van het schilderij.
  • Om verschuiven van het schilderij in de lijst te voorkomen plaats je het best een stukje kurk in de ruimte tussen het schilderij en de lijst.

 

13. diefstal en vandalisme

Het spreekt voor zich dat je schilderijen zo goed mogelijk beschermt tegen diefstal en vandalisme. Zorg dat bezoekers op een veilige afstand blijven van de kunstwerken, zodat mensen die te dichtbij komen snel opgemerkt worden. Schilderijen met grote afmetingen zijn niet zo eenvoudig te stelen als kleine werkjes. Maar er kunnen wel stukken uitgesneden worden om ze gedeeltelijk te ontvreemden. Of ze kunnen moedwillig of in een vlaag van ontoerekeningsvatbaarheid worden beschadigd.

Beschermen kan door middel van:

  • het instellen van een veilige perimeter, bv. met afzetpaaltjes
  • een alarminstallatie: infrarooddetectie of bewegingsensoren
  • diefstalbeveiliging: verankering van het ophangsysteem, achter glas, een klimaatbox met veiligheidsglas...
  • camerabewaking, een persoonlijke suppoost...


14. informatieverlies

Schilderijen die niet meer passen in het interieur of niet meer in de smaak vallen belanden nog steeds vaak 'op zolder', waar ze nog minder aandacht krijgen en helaas vaak bewaard worden in ongunstige omstandigheden.

  • Zorg steeds voor informatie over het object die je het best bij het object zelf bewaart. Zorg ervoor dat het object vrij blijft van stof en vuil. Dek het af met een ongekleurde katoenen hoes, een schone doek of een strook Tyvek®.
  • Onderdelen die losraken bewaar je bij het object in een plastic zakje met label dat je eventueel met een touwtje aan het object (spieraam of lijst) vastmaakt.
  • Collectiebeheer: Informatiebeleid: Informatiebeheer in depot: Nummeren van objecten geeft richtlijnen voor het correct aanbrengen van een inventarisnummer. Nummer elk schilderij van de collectie. Breng een nummering niet rechtstreeks aan op een object: inkt, pigmenten en vloeistoffen dringen in de drager en zijn vaak niet reversibel. Mogelijkheden zijn:
      1. etiketten op gegomd papier (klassieke etiketten), op het spieraam of de lijst
      2. vernislaag - nummering - vernislaag methode (zie video op de bovengenoemde pagina: de gebruikte vernis kan Paraloid® of een wateroplosbare Golden® acrylpolymeer zijn)
      3. een goed vasthangend touwtje met label. Een los overhangende markering is onvoldoende.


Foto 1: kromgetrokken paneel ©David Lainé/IPARC, België
Foto 2: houtboorders ©David Lainé/IPARC, België
Foto 3: scheur in het doek ©David Lainé/IPARC, België
Foto 4: corrosie van de nagels ©David Lainé/IPARC, België
Foto 5: scheur in papieren drager ©David Lainé/IPARC, België
Foto 6: schimmel achter backing ©David Lainé/IPARC, België
Foto 7: detail schimmel achter backing ©David Lainé/IPARC, België
Foto 8: lacune in de lijst ©David Lainé/IPARC, België
Foto 9: stof op spieraam ©David Lainé/IPARC, België
Foto 10: boormeel van houtboorders ©David Lainé/IPARC, België
Foto 11: overschilderingen ©David Lainé/IPARC, België
Foto 12: foute restauratie-ingrepen ©David Lainé/IPARC, België
Foto 13: foute textuurvernis ©David Lainé/IPARC, België
Foto 14: verouderde verkeerde ingreep ©David Lainé/IPARC, België
Foto 15: onoordeelkundige vernis ©David Lainé/IPARC, België
Foto 16: nagedonkerde verouderde retouches ©David Lainé/IPARC, België
Foto 17: vandalisme ©David Lainé/IPARC, België
Foto 18: onoordeelkundige inlijsting ©David Lainé/IPARC, België
Foto 19: goede inlijsting ©David Lainé/IPARC, België
Foto 20: goede inlijsting ©David Lainé/IPARC, België
Laatst gewijzigd op 27/07/2016