U bent hier

Textiel

Textiel

We geven je hier in een notendop de essentiële informatie en basistips voor het omgaan met textiel in erfgoedcollecties. Voor een grondige uitleg over het behoud en beheer van textiel verwijzen we naar meer gespecialiseerde literatuur, die veelvuldig beschikbaar is.

Identificeer het textiel

Textiel is een vlag die een erg grote en diverse lading dekt. Het duikt in uiteenlopende vormen in erfgoedcollecties op. Textiel wordt niet enkel gedragen (bv. kazuifels, kostuums, jurken, hoofddeksels...), maar ook gebruikt in tal van gebruiksvoorwerpen (bv. vlaggen, handtassen, parasols...). Denk ook aan (grote) wandtapijten en meubelbekleding. De vlakke of driedimensionale vorm bepaalt de manier van verpakken en bewaren.

Er bestaan ook veel soorten textiel, elk met specifieke eigenschappen zoals de grondstoffen, de productie- en weeftechnieken, de veredelingstechnieken. Dat alles bepaalt de gevoeligheid voor bepaalde schadefactoren. Bovendien wordt textiel vaak gebruikt in combinatie met andere materialen (bv. kunststoffen, metalen, leer). Houd er rekening mee dat die soms andere bewaaromstandigheden nodig hebben.

Soms kun je zelf een stuk textiel identificeren op het zicht of aan de hand van eenvoudige tests. In veel gevallen haal je er het best een restaurator/conservator bij. Vooral als het om kwetsbare en/of beschadigde stukken gaat, doe je het best een beroep op gespecialiseerde kennis voordat je ermee aan de slag gaat.


Belangrijkste schadefactoren

Schade aan textiel kun je helaas nooit helemaal vermijden. Maar met aangepaste bewaaromstandigheden kun je het verval, door zowel interne als externe schadefactoren, wel sterk afremmen. Dit zijn de belangrijkste bedreigingen voor het textiel in jouw collectie:

  • intern verval door de eigenschappen van de grondstof;
  • contact met andere (schadelijke) materialen;
  • licht;
  • te hoge of te lage temperatuur en relatieve vochtigheid;
  • schommelingen in relatieve vochtigheid (vaak in combinatie met schommelingen in temperatuur);
  • luchtvervuiling en stof;
  • biologische aantasting (insecten en schimmels);
  • verkeerde restauraties;
  • fysieke schade (scheuren, blijvende vouwen...) door verkeerde opberging of manipulatie.


Doen

Vlak liggend, hangend of opgerold bewaren

  • Bewaar textiel in een donkere omgeving.
  • Bewaar textiel bij voorkeur vlak, om doorscheuren en vervormen bij langdurige bewaring te voorkomen.
  • Kun je kledingstukken niet vlak bewaren, gebruik dan kleerhangers met een aangepast formaat die bovendien zijn opgedikt en afgewerkt met een geschikt verpakkingsmateriaal.
  • Sommige stukken kunnen enkel opgerold of verticaal bewaard worden. Vraag hiervoor het advies van specialisten.
  • Zorg ervoor dat er ruimte is voor natuurlijke ventilatie (niet te dicht opeen bewaren) of laat het textiel af en toe luchten.

Verpakken en labelen

  • Hanteer textiel met handschoenen in witte katoen of nitril (niet gechloreerd en niet gepoederd).
  • Inventariseer de stukken in je collectie. Gebruik hiervoor labels van zuurvrij karton. Je kan ook een label van baalkatoen met losse steken op het textiel naaien. Herhaal dit label aan de buitenkant van een hoes of verpakking, of bevestig er een foto aan.
  • Laat het textiel enkel in contact komen met een inert of zuurvrij verpakkingsmateriaal: zuurvrij zijdepapier, ongebleekt (baal)katoen, tyvek, ongekleurd keperlint...
  • Scherm elk afzonderlijk stuk af met een geschikt verpakkingsmateriaal.
  • Scherm versieringen en sluitingen uit andere materialen af van het textiel. Je kunt ze omwikkelen met geschikt verpakkingsmateriaal.
  • Ondersteun plooien met een geschikt verpakkingsmateriaal, zoals bv. proppen zuurvrij zijdepapier synthetische watten in tunnelverband of baalkatoen.
  • Vul driedimensionale vormen op om ze in vorm te houden, met hetzelfde soort materiaal als voor de plooien.

Controle en onderhoud

  • Je kunt textiel zelf ontstoffen met behulp van een museumstofzuiger. Volg daarvoor nauwgezet de instructies in VerzekerDe Bewaring of van Monumentenwacht. Vraag je consulenten om een toestel uit te lenen. Andere vormen van reiniging zijn specialistenwerk.
  • Controleer het textiel regelmatig op insecten. Gebruik speciale insectenvallen voor een systematische monitoring. Stel je insecten of schade vast, raadpleeg dan een specialist voor de meeste aangewezen behandeling.
  • Controleer regelmatig op schimmels, vooral bij een hoge relatieve vochtigheid in de bewaaromgeving.

 

LATEN

  • Vermijd onnodig manipuleren van textiel.
  • Schrijf nooit een inventarisnummer rechtstreeks op het textiel.
  • Bewaar een stuk textiel nooit in een gesloten plastic zak. Dat is een ideale omgeving voor schimmelgroei.
  • Was historisch textiel niet zelf en breng beschadigd historisch textiel (bv. roet) nooit naar een droogkuis. Laat de reiniging over aan een conservator-restaurator.
  • Gebruik nooit spelden, lijm, zelfklevende plastiekfolie of plakband om beschadigd textiel te herstellen. Doe hiervoor een beroep op een gekwalificeerde expert.

tips voor het conserveren van museumobjecten: omgaan met textiel

Textiel invriezen

Labelling and marking textiles in museum collections

Laatst gewijzigd op 21/08/2017